Home
Nieuws
Agenda
Informatie
Organisaties
V-ID Terminal
Personen
Vacatures
Industriedag
WDeals
Mijn WD
Contact

Poll

Heeft u belangstelling voor een WD café?


Ja
Nee
Twijfel
 
 
 

Nieuwsflits WD 23-07-09

 
     
     
  Nieuwsflits Werkgevers Drechtsteden  
  23 juli 2009  
 
Tijdelijk langer tijdelijk contract voor jongeren


Bedrijven mogen jongeren tot 27 jaar gedurende de crisis langer tijdelijk laten werken. Bij tijdelijke contracten moet de werkgever nu na een periode van drie jaar of bij het vierde contract een medewerker vast in dienst nemen. In onzekere tijden bestaat dan het risico dat de werkgever de jongere niet in dienst houdt. Straks hoeft de werkgever een werknemer pas na een periode van vier jaar of bij het vijfde tijdelijke contract een vaste baan te bieden. De ministerraad heeft op verzoek van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een wetsontwerp dat voor spoedadvies naar de Raad van State is gestuurd.

Het kabinet wil hiermee een bijdrage leveren aan de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Jongeren dreigen hard te worden getroffen door de huidige economische crisis. De tijdelijke maatregel geldt in principe voor twee jaar. Het voorstel volgt mede uit de motie-Rutte die in de Tweede Kamer is aangenomen en die vraagt om tijdelijke contracten voor jongeren langer mogelijk te maken.

... Lees verder op Internet


Het recht op loon bij situatieve arbeidsongeschiktheid


Het gebeurt regelmatig dat een werknemer, nadat er een conflict is ontstaan met de werkgever, zich ziek meldt bij de werkgever. Vaak wordt dan door de bedrijfsarts geconstateerd dat er geen sprake is van een medische oorzaak voor de arbeidsongeschiktheid. In dat geval kan de werknemer geen aanspraak maken op doorbetaling van zijn loon wegens ziekte (artikel 7:629 BW).

In de literatuur en lagere rechtspraak van de afgelopen jaren werd echter veelal het standpunt ingenomen dat een dergelijke situatie in beginsel voor rekening van de werkgever behoort te komen. Hierbij werd dan verwezen naar artikel 7:628 BW, welk artikel bepaalt dat een werknemer zijn recht op loon behoudt, indien hij de arbeid niet heeft verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen.

De Hoge Raad heeft inmiddels in een recent arrest korte metten gemaakt met deze ontwikkeling. Uit de visie van de Hoge Raad blijkt dat een werknemer van goeden huize moet komen om zijn recht op loon bij situatieve arbeidsongeschiktheid te behouden.

Volgens de Hoge Raad heeft een beroep van een werknemer op artikel 7:628 BW bij situatieve arbeidsongeschiktheid enkel kans van slagen, indien hij aantoont dat:
• de arbeidsomstandigheden zodanig zijn dat redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden hervat;
• er sprake is van een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever komt;
• de werknemer alle medewerking verleent aan inspanningen, die er op gericht zijn de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid weg te nemen.
Uit deze criteria blijkt dat slechts bij zeer ernstige tekortkomingen aan de zijde van de werkgever, de werknemer zijn aanspraak op loon behoudt. Men moet dan bijvoorbeeld denken aan de situatie dat een werknemer (seksueel) wordt geïntimideerd en de werkgever blijk geeft hieraan onvoldoende te willen doen. In de meeste gevallen doen dergelijke extreme omstandigheden zich in een arbeidsrelatie niet voor.

De recente jurisprudentie van de Hoge Raad leidt er dan ook toe dat een situatieve arbeidsongeschikte werknemer slechts in zeer uitzonderlijke (conflict)situaties aanspraak heeft op loon. In dit verband is nog van belang dat de Hoge Raad reeds eerder heeft uitgemaakt dat een werknemer aan zijn werkhervatting ook geen aanvullende eisen kan stellen, zoals bijvoorbeeld aanpassing van de inhoud van de functie volgens de wensen van een werknemer. De Hoge Raad is van oordeel dat er geen sprake is van bereidheid tot het verrichten van de werkzaamheden, indien een werknemer zijn werkhervatting afhankelijk stelt van aanvullende voorwaarden. Dit brengt met zich mee dat in deze situatie de werknemer eveneens geen aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon, aldus de Hoge Raad.

Gezien de bovengenoemde jurisprudentie van de Hoge Raad doet een werknemer er dan ook verstandig aan om bij situatieve arbeidsongeschiktheid eerst zijn werkzaamheden te hervatten en pas na deze werkhervatting er voor te kiezen om met de werkgever te overleggen over eventuele aanpassingen c.q. wijzigingen. De Hoge Raad komt de werknemer wat dat betreft tegemoet door te overwegen dat uit de verplichtingen van goed werkgeverschap voortvloeit dat een werkgever daaraan zijn medewerking moet verlenen, zodat heruitval kan worden voorkomen. Mocht de werknemer vervolgens opnieuw uitvallen wegens situatieve arbeidsongeschiktheid, dan is er een grote kans aanwezig dat de werknemer wel met succes aanspraak kan maken op doorbetaling van zijn loon indien de werkgever heeft verzuimd met de werknemer te overleggen over de mogelijkheden om heruitval te voorkomen.



Zieke werknemer moet thuis blijven


Werknemers die besmet zijn met de Mexicaanse griep, moeten thuisblijven om verspreiding van het virus onder collega's te voorkomen.
 
Lees verder...


Sneller en goedkoper vorderingen incasseren in de EU

Elk jaar publiceren Fenedex en Atradius de 'Trends in export'. Een onderdeel hiervan zijn de debiteurenrisico’s. Dit jaar zeggen exporteurs meer betalingsachterstanden te ervaren in Italië, Frankrijk, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Opvallend is dat de markten die traditioneel als slechte betalers bekend stonden (Zuid- en Oost-Europa) dit jaar juist een verbeterde betalingsmoraal laten zien, met als uitzondering Italië. Uit de verzamelde data, aangevuld met de economische gegevens per land wordt de European Payment Index (EPI) ontwikkeld. Deze index geeft de betalingsrisico’s per land aan.

Onderstaande tabel (2007) geeft een overzicht van het gemiddelde toegestane betalingstermijn en de gemiddelde betalingsachterstand (in dagen) in de landen van Europa.


Land Gemiddelde 
Betalingstermijn
Betalingsachterstand Totaal
Italië 73 23,9 96,9
Portugal 48,1 39,9 88,0
Spanje 67,4 15,2 82,6
Frankrijk 51 14,3 65,3
Ierland 38 14,2 52,2
VK 35,5 16,1 51,6
België 34,9 15,3 50,2
Tsjechië 23,9 25,2 49,1
Oostenrijk 31 16,1 47,1*
Duitsland 31 15,5 46,5
Hongarije 28,8 16,3 45,1
Zwitserland 31 13,7 44,7
Polen 27 17,1 44,1
Litouwen 28,8 14,9 43,7
Nederland 27,1 13,2 40,3
IJsland 26,7 8,2 35,8
Zweden 27,1 7,8 34,9
Letland 22,8 11,9 34,7
Denemarken 27 7,2 34,2
Estland 20,3 8,2 28,5
Finland 20 6,7 26,7
Noorwegen 19 7,4 26,4

*Gegevens voorjaar 2006

Men tracht debiteurenrisico zo veel mogelijk te vermijden door het nemen van passende maatregelen. Vooruitbetaling was al vier jaar op rij de meest gebruikte methode, dit jaar zien we daar een sterke toename van. Maar liefst 60 procent geeft aan deze betalingsconditie te hanteren. De letter of credit is door eenzelfde percentage bedrijven (39 procent) genoemd als vorig jaar. Het gebruik van een exportkredietverzekering is door meer respondenten genoemd (38 procent). Het treffen van eigen voorzieningen wordt momenteel door 20 procent van de respondenten gedaan, iets meer dan in voorgaande jaren. Bedrijven zijn op het moment duidelijk minder bereid om risico's te nemen, 18 procent dekte vorig jaar betalingsrisico's niet af, dit jaar is dit bij 12 procent van de respondenten het geval.

Het incasseren van vorderingen op buitenlandse debiteuren kan sneller en eenvoudiger. Buitenlandse debiteuren kunnen namelijk in veel gevallen in Nederland worden aangepakt. Het is een wijdverbreid misverstand dat er altijd geprocedeerd zou moeten worden in het land van de wanbetalende debiteur. Een aantal buitenlandse debiteuren betaalt niet in de verwachting dat hun crediteur toch niet in hun land gaat procederen. Dit gedrag wordt in veel gevallen ten onrechte beloond, doordat crediteuren bij buitenlandse vorderingen vaak sneller afzien van het nemen van maatregelen. Ten onrechte, omdat buitenlandse debiteuren die worden opgeroepen om in Nederland voor de rechter te verschijnen en beseffen dat een in Nederland verkregen vonnis in hun land kan worden geëxecuteerd, vaak alsnog betalen of ten minste een betalingsregeling treffen.

De mogelijkheden die hieronder aan de orde komen gelden voor alle lidstaten van de Europese Unie en voor Zwitserland, Noorwegen en IJsland. In deze landen gelden uniforme wetten en verdragen.

In de eerste plaats geldt dat partijen zelf kiezen welk recht op hun overeenkomst van toepassing is door middel van een rechtskeuzebeding. Een rechtskeuzebeding is niets meer en niets minder dan de bepaling: “Op deze overeenkomst is bij uitsluiting Nederlands recht van toepassing”.

Aan het overeenkomen van een rechtskeuzebeding worden geen formele eisen gesteld. Strikt genomen hoeft het dus niet eens schriftelijk te worden overeengekomen, maar de rechter stelt wel de eis, dat voldoende duidelijk blijkt dat partijen voor het recht van een bepaald land gekozen hebben. Dit laatste is niet eenvoudig aan te tonen, want uit het enkele feit dat partijen voor de Nederlandse rechter procederen, trekt de rechter bijvoorbeeld niet de conclusie dat partijen ook de bedoeling hadden om Nederlands recht toe te passen.

Als partijen geen rechtskeuze zijn overeengekomen, is bepalend wie van de partijen de voor de overeenkomst kenmerkende prestatie heeft geleverd. Zo gaat het bij koopovereenkomsten om de zaken die de verkoper levert en bij opdrachten tot dienstverlening om de werkzaamheden die de opdrachtnemer verricht.

De koper respectievelijk de opdrachtgever is slechts gehouden tot het betalen van de overeengekomen prijs. Dat betekent dat de verkoper respectievelijk de opdrachtnemer de kenmerkende prestatie leveren en dat het recht van het land waarin zij gevestigd zijn zal worden toegepast. Voor de Nederlandse verkoper of opdrachtgever dus Nederlands recht.

Voor verkopers en opdrachtgevers is het dus eenvoudig om onder toepassing van hun nationale recht te contracteren, terwijl kopers en opdrachtgevers er goed aan doen om uitdrukkelijk een rechtskeuzebeding overeen te komen.

Als Nederlands recht op de overeenkomst van toepassing is, betekent dit niet dat de Nederlandse rechter ook bevoegd is om een zaak in behandeling te nemen. De hoofdregel luidt dat de rechter in de vestigingsplaats van de gedaagde partij, de debiteur, bevoegd is.
Naast deze hoofdregel bestaan er echter twee alternatieven. Het eerste alternatief is dat partijen zelf kiezen welke rechter bevoegd is om geschillen te beslechten door middel van een forumkeuzebeding. Deze kan als volgt luiden: “Alle geschillen tussen partijen, voortvloeiende uit deze overeenkomst of daarmee rechtstreeks of zijdelings verband houdende, zullen uitsluitend worden berecht door de bevoegde rechter in de vestigingsplaats van verkoper“.

Aan het forumkeuzebeding worden zeer strikte eisen gesteld. Het moet schriftelijk worden overeengekomen, tenzij er sprake is van een gewoonte tussen partijen of van een gebruik dat in de internationale handel algemeen bekend is en in de betreffende handelsbranche in acht wordt genomen. Aangezien de twee laatstgenoemde mogelijkheden, een gewoonte of gebruik, moeilijk te bewijzen zijn, is het raadzaam om een forumkeuzebeding schriftelijke overeen te komen. De overeenkomst vereist instemming van beide partijen. Een eenzijdige verwijzing op het briefpapier of in algemene voorwaarden (ook als deze algemene voorwaarden op de achterzijde van het briefpapier zijn afgedrukt) is niet voldoende. Degene die een forumkeuzebeding opneemt dient ervoor te zorgen dat de handelspartner dit voor akkoord ondertekent. Ten slotte moet het forumkeuzebeding en de verwijzing daarnaar in een voor de handelspartner begrijpelijke taal zijn opgesteld.

Als partijen geen forumkeuzebeding zijn overeengekomen, dan bestaat er nog de mogelijkheid om te procederen voor de rechter in de plaats waar de zaken werden geleverd. De plaats waar de zaken (juridisch) worden geleverd moet niet verward worden met de plaats waar de zaken worden afgeleverd. Indien de koper de zaken zelf ophaalt bij de verkoper of indien de verkoper de zaken zelf aflevert bij de koper, dan valt de juridische levering samen met de aflevering en is de plaats waarin dat gebeurde eenvoudig aan te wijzen.

Bij internationale overeenkomsten wordt echter meestal een externe vervoerder ingeschakeld. De verkoper overhandigt de zaken ter plaatse van zijn magazijn aan een vervoerder en de koper neemt de zaken - enkele dagen later - ter plaatse van zijn eigen magazijn in ontvangst. In welke plaats zijn de zaken in dat geval (juridisch) geleverd? Ook hier geldt dat partijen zelf kunnen bepalen welke plaats als de plaats van levering geldt door deze plaats in de overeenkomst te benoemen.

Wanneer partijen geen plaats van levering zijn overeengekomen, dan dient bekeken te worden welke afspraken er met betrekking tot het vervoer zijn gemaakt. Bij internationale koopovereenkomsten wordt veelal gebruik gemaakt van de regeling die de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) heeft opgesteld, de Incoterms. Wanneer de plaats waarin de zaken aan de vervoerder worden overhandigd in Nederland ligt, kan er in Nederland tegen de buitenlandse debiteur worden geprocedeerd. De verkoper die overeenkomt dat hij franco of in de plaats van bestemming levert, levert de zaken niet in Nederland en kan de koper niet op grond van deze alternatieve regel dagvaarden voor de Nederlandse rechter.

De ervaring leert dat buitenlandse debiteuren na ontvangst van een dagvaarding, waarin zij in hun eigen taal worden opgeroepen om in Nederland te procederen, alsnog contact opnemen om een regeling te treffen of verstek laten gaan in de procedure. Dat betekent dat de meeste zaken worden geregeld of dat er relatief snel een verstekvonnis wordt verkregen.

Europese executoriale titel (EET)
Indien de buitenlandse debiteur in Nederland geen vermogensbestanddelen heeft, dan dient het in Nederland verkregen vonnis in het buitenland te worden geëxecuteerd. Voor niet betwiste schuldvorderingen is dit vanaf 21 januari 2005 eenvoudiger geworden, omdat met ingang van die datum de Verordening tot het invoeren van een Europese executoriale titel voor niet betwiste schuldvorderingen (afgekort EET-Vo) in werking is getreden.
Het uitgangspunt van de verordening is dat een in een van de lidstaten gegeven beslissing in alle andere lidstaten wordt erkend zonder enige vorm van proces en dus zonder controle of toetsing van het vonnis door een buitenlandse rechter. Deze verordening geldt in alle lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Denemarken.

Voordat een Nederlands vonnis rechtstreeks in het buitenland kan worden geëxecuteerd, dient het voorzien te worden van een EET-waarmerk. Het verzoek om een EET-waarmerk kan echter al in de dagvaarding gedaan worden, zodat dit zeer eenvoudig is en geen extra kosten met zich brengt. Het enige dat de rechter toetst is of het gaat om een onbetwiste schuldvordering en of de dagvaarding deugdelijk aan de debiteur is betekend. Van een onbetwiste schuldvordering is sprake wanneer de debiteur de vordering in een notariële akte (bijvoorbeeld wanneer er een hypotheek is verstrekt) of in een schikking uitdrukkelijk heeft erkend of wanneer de debiteur in de procedure geen verweer voert. Daarbij maakt het niet uit of de debiteur aanvankelijk wel verweer heeft gevoerd. In de incassopraktijk wordt in veruit de meeste gevallen het EET- waarmerk verstrekt.

Indien het vonnis buiten de EU moet worden geëxecuteerd of wanneer er wel verweer is gevoerd in de procedure, dan vindt er wel een controle door een buitenlandse rechter plaats. In dat geval moet de rechter van het land waarin de executie van het vonnis plaatsvindt een zogenaamde exequatur afgeven. Dit is een rechterlijk verlof dat het vonnis uitvoerbaar verklaart. De buitenlandse rechter gaat na of de dagvaarding correct is betekend en of het vonnis niet in strijd is met de nationale rechtsorde. Het is de rechter niet toegestaan om het vonnis inhoudelijk te beoordelen. De vraag of de buitenlandse rechter dezelfde beslissing zou hebben genomen als de Nederlandse rechter komt dus niet aan de orde.

https://spheres.crowfile.com/wd/content/Verordening EG Nr_ 805 2004 EET.pdf">Download hier de verordening

Volgende WD cafe op 1 oktober


Het volgende WD cafe zal gehouden worden op 1 oktober bij Van Lanschot Bankiers in Dordrecht.