Home
Nieuws
Agenda
Informatie
Industriedag
Personen
Organisaties
Vacatures
WDeals
Mijn WD
Contact
 
 

Brief Werkgevers Drechtsteden aan Bernard Wientjes VNO NCW

 
11 januari 2012
over de voorgenomen wijzigingen m.b.t. de Kamer van Koophandel
Volgens onze informatie bent u voorstander van de nieuwe zogeheten Ondernemerspleinen. De Kamers van Koophandel en Syntens zijn betrokken bij dit initiatief. Ondernemerspleinen die een één loketvoorziening voor het bedrijfsleven dichterbij brengen lijkt ons een efficiënte richting. Van betekenis is echter dat de regiostimulering van de Kamers op tenminste hetzelfde hoge niveau blijft. Als Werkgevers Drechtsteden, aangesloten bij VNO NCW West, maken wij ons over dat laatste  grote zorgen.

Via de media en onze vertegenwoordiger in het AB van de Kamer van Koophandel Rotterdam, de heer Anton Reppel, vernemen wij de laatste tijd de discussies over de Kamers van Koophandel. De inhoud daarvan staat in schril contrast met de ervaringen die wij met de Kamer van Koophandel hebben. Graag geven wij u onze ervaringen mee die wij in de behandeling van dit onderwerp onvoldoende tegenkomen.

Een van de belangrijkste pijlers van Werkgevers Drechtsteden is de collectieve belangenbehartiging van onze leden, een vereniging waarin regionale thema?s en belangen gedeeld worden en van een gemeenschappelijke aanpak kunnen worden voorzien.

Ondanks ons enthousiasme en gedrevenheid kennen wij als Werkgevers Drechtsteden onze beperkingen. Enerzijds vloeit dat voort uit het feit dat we een vrijwilligersorganisatie zijn. Onze bestuursleden hebben primair hun verantwoordelijkheden als ondernemer. Anderzijds vragen kwesties van lokale en regionale economische aard vaak een deskundigheid en netwerk die alleen maar beantwoord  en in stand gehouden kunnen worden door professionals.

Vanuit een hechte samenwerking ervaren wij in het bijzonder de regiostimulerende taak van de Kamer van Koophandel Rotterdam, via haar kring Drechtstreek, van zeer dichtbij. We doen er dan ook vaak een beroep op en zijn mede hierdoor een nuttige gesprekspartner voor het bestuur van de Drechtsteden en de lokale gemeenten. We zijn daardoor beter in staat de belangen van het bedrijfsleven voor het voetlicht te brengen.

Naast adviseur en sparringpartner is de Kamer voor ons van groot belang vanwege haar bekendheid met lokale en regionale plannen en projecten. Niet zelden is het de Kamer die ons attendeert en adviseert over voor ondernemers betekenisvolle overheidsinitiatieven. Samen met de Kamer kunnen wij als WD ook ongeorganiseerde ondernemers informeren over kwesties die eveneens voor hen van belang zijn.

Het moge u duidelijk zijn dat de Kamer van Koophandel voor ons als werkgevers organisatie van zeer grote betekenis is en onlosmakelijk deel uitmaakt van onze organisatie teneinde op een goede wijze te kunnen functioneren voor onze ondernemers. Daarom hechten wij er ook aan u onze zienswijze onder de aandacht te brengen om tot  een meer gewogen standpunt over de toekomst en dan met name de structuur van de toekomstige Kamers te kunnen komen.

In dit licht wil ik u dan ook nadrukkelijk adviseren om al uw vertegenwoordigers in DB en AB van de Kamers in Nederland in vergadering bij elkaar te roepen om aan voornoemde standpuntbepaling invulling te kunnen geven. Een vergelijkbaar initiatief als MKB Nederland middels haar voorzitter, de heer Biesheuvel, ook heeft uitgeschreven. Bij een dermate ingrijpende wijziging mag niet overhaast te werk worden gegaan en moeten alle relevante gremia vooraf uitgebreid worden geconsulteerd.

Na kritische bestudering van de plannen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie inzake het toekomstperspectief Kamers van Koophandel breng ik u graag de volgende kanttekeningen onder de aandacht:

1.   De notitie ?Toekomstmodel Ondernemerspleinen? kan aan kracht winnen door een meer methodische en integrale benadering. Om de transitie succesvol te laten verlopen moet aan diverse voorwaarden zijn voldaan. Als onlosmakelijke succesvoorwaarde om draagvlak te creëren wil ik daarbij noemen de betrokkenheid/committent van organisaties van het bedrijfsleven.

2.   In eerdere brieven van de minister was het vertrekpunt ?de behoefte van de ondernemers?, de nieuwe ZBO zou vraag gestuurd moeten zijn. Dit vertrekpunt mis ik in de missie. In het stuk sneeuwt de behoefte van de ondernemers onder door termen als ?toetsingskader?, ?businesscase?, ?back to basics? en worden deze leidend in het bepalen wat core business is in plaats van de wensen en vragen van ondernemers.

3.   De regionale inbedding, het geografisch niveau van de regio en de regioraad zijn de zwakke schakel in de stukken. De taken (en bevoegdheden) van de Kamer zijn hier dusdanig nauw verweven met structuur dat er nu iets over moet worden opgenomen:

a.    Er dient voor ondernemers sprake te zijn van een herkenbare sterke binding met belangen van de ondernemers en hun lokale organisaties.

b.   De Kamer moet een relevante bijdrage leveren die past bij wat ondernemers belangrijk vinden.

c.    Deze bijdrage is organisatorisch, facilitair of inhoudelijk met kennis en (in veel mindere mate) financieel.

d.   Deze bijdrage(n) moet(en) leiden tot voorwaarden c.q. ontwikkelingen die voor ondernemers op zo kort mogelijke termijn toegankelijk en concreet herkenbaar zijn.

Dit vereist dat de ?Regionale taak? en dus de regionale (advies)raad van de Kamer vorm en inhoud krijgt op een voor de ondernemers herkenbaar, geografisch niveau.

Er is veel te weinig aandacht voor de Regio?s in het huidige voorstel van een Regio raad.

Dit sluit aan bij de huidige werkwijze van Kamers waarin een groot aantal ondernemers vertegenwoordigd is in Kringen en Commissies per Kamer regio, dicht staande bij en vertegenwoordigers omvattende van ondernemers.

Ondernemers veelal ook nog als vertegenwoordigers van de lokale en regionale ondernemersverenigingen.

Per definitie de basis waarvan het Ministerie van ELI aangeeft dat haar plannen voor bedoeld zijn.

Te groot is ook de afstand tot de beschreven top (ook nog politiek beladen) voor het Ondernemersplein, die mijlen ver afstaat van de ondernemer. Waarom een zo zwaar opgetuigde topstructuur die ook nog slechts een gedeeltelijke verantwoordelijkheid heeft?

4.   De Regionale Adviesraad zal zoals de voorstellen nu liggen nooit een goede afspiegeling van het bedrijfsleven zijn.

De voorstellen zijn dan ook niet gericht op regionale bekendheid van problemen op lokaal niveau,  de sterke kant van de invulling van de regionale taak van de huidige Kamers.

Met het voorgaande is u neem ik aan duidelijk geworden dat Werkgevers Drechtsteden nog heel veel vraag- c.q. aandachtspunten hebben m.b.t. de toekomst en dan met name de structuur van de toekomstige Kamers. Ik verneem graag van u of u deze zienswijze deelt  en hoop dat u mijn advies tot het uitschrijven van een vergadering voor alle VNO NCW vertegenwoordigers in DB en AB van de KvK?s in Nederland overneemt. Zoals ik in het begin van mijn brief al schreef  ?committent van organisaties van het bedrijfsleven? is een onontbeerlijke randvoorwaarde voor succes.
Word document
Word document 90,00 KB
11 januari 2012 09:58